zoeken:





In veel Europese plattelandsgebieden komen vergelijkbare problemen voor; werkgelegenheid neemt af, de bevolking vergrijst, voorzieningen verdwijnen en de leefbaarheid gaat achteruit. In die gebieden zijn ook groepen actief die initiatief nemen om problemen op te lossen en kansen te benutten. Actieve en gedreven mensen met een grote betrokkenheid bij hun gebied geven zo vorm aan de ontwikkeling van hun streek.



Op initiatief van de Europese commissie is rond 1990 het LEADER programma gestart.

LEADER is gericht op het stimuleren van initiatieven vanuit de regio, het mobiliseren van lokale krachten, het stimuleren van de vorming van netwerken en biedt de mogelijkheid (kleinschalige) activiteiten te ondersteunen. Steekwoorden zijn: een integrale en duurzame ontwikkeling, originaliteit, experimenteren en het zoeken naar nieuwe wegen. LEADER is dus meer dan een zak geld. Er wordt bij alle projecten gestreefd naar iets extra's. In de figuur worden de 7 karakteristieken van het LEADER programma weergegeven.

Een belangrijk element hierbij is het bevorderen van het zelforganiserend vermogen van groepen en organisaties.

De kracht van het LEADER ligt verder in het stimuleren van samenwerking en integratie van activiteiten. Uitwisseling van kennis en ervaring tussen de verschillende LEADER gebieden is ook een belangrijk doel.